8 inzichten uit de Grote Gezinsenquête

Hoe gelukkig en welvarend is het gezin in Vlaanderen? De Morgen analyseerde de cijfers van de Grote Gezinsenquête en vat de meest opvallende trends voor u samen.

Ann De Boeck en Paul Notelteirs

Eén op vijf kan geen week op reis

Heeft u al een trip tijdens de Krokus- of de Paasvakantie geboekt? Prijs u dan gelukkig, want één op de vijf gezinnen kan zich geen jaarlijks weekje vakantie veroorloven. Een gelijkaardig aandeel zou geen onverwachte uitgave van 1.100 euro kunnen betalen. Zelfs zonder tegenslagen heeft 11 procent problemen bij het betalen van de facturen.

Een blik op het netto gezinsinkomen spreekt boekdelen. Iets minder dan 15 procent van de gezinnen moet het stellen met minder dan 2.000 euro. De grootste groep zweeft tussen de 4.000 en 5.000 euro, al zit een kwart daar nog boven. Eén op de tien gezinnen heeft een netto inkomen van meer dan 6.000 euro.

“Vooral vrouwen, kortgeschoolden en mensen met een herkomst van buiten de EU hebben een lager inkomen. Dat zagen we ook bij de vorige editie van de enquête in 2016. De voorbije vijf jaar heeft Vlaanderen dus weinig vooruitgang geboekt in de financiële situatie van deze kwetsbare groepen”, zegt KU Leuven-onderzoekster Laure-Lise Robben, die meewerkte aan de enquête. Ze merkt op dat Vlaanderen “nochtans heel wat hefbomen tegen armoede in handen heeft”, zoals onderwijs, kindergeld, activeringsbeleid en sociale huisvesting.

We zijn chronisch vermoeid

De energiecrisis woedt niet alleen daarbuiten, maar ook in ons lichaam. We zijn namelijk chronisch moe. Qua vitaliteit gaf de gemiddelde ouder zichzelf in 2016 een score van 63 op 100, wat er toen op wees dat ouders “zich eerder moe en uitgeblust” voelden. Vijf jaar later is die vitaliteit nog verder weggezakt naar 59 op 100. De Duits-Koreaanse filosoof Byun Chul Han schrijft dus terecht dat we in ‘De vermoeide samenleving’ wonen. Ook het psychisch welzijn is een tikje achteruit gegaan, en dan vooral bij vrouwen, jonge ouders, alleenstaande ouders en lager opgeleiden.

“Dat de enquête werd afgenomen tijdens de coronacrisis, speelt uiteraard een rol. Mensen hadden in die periode minder sociale contacten”, zegt onderzoeker Joost Bronselaer van het Departement Welzijn. Al werpt hij ook nog andere hypotheses op. “De westerse samenleving is heel druk. Mensen moeten veel rollen combineren.” Carrière, gezin, hobby’s, noem maar op. We leggen de lat voor onszelf dus gewoon erg hoog. Bronselaer: “Bovendien ervaren ouders vrij weinig steun vanuit hun omgeving.”

Arm? Dan bent u dubbel de pineut

Doorheen de Vlaamse gezinsenquête loopt een rode draad: wie het financieel moeilijker heeft om de eindjes aan elkaar te knopen, is op zowat alle andere domeinen ook de pineut. Wie in armoede leeft, rapporteert bijvoorbeeld vaker een slechte gezondheid: het verschil bedraagt 51 procent tegenover 23 procent voor wie niet in armoede leeft. Reken daarbij ook een lager psychisch welzijn.

Ook het gezinsgeluk wordt voor een stukje financieel bepaald. Wie moeilijk rondkomt, rapporteert bijvoorbeeld een lagere tevredenheid over de partner. Ook het gezin zou minder goed functioneren. En er is uiteraard ook een materieel effect. Ruim 12 procent van de gezinnen met een netto inkomen van minder dan 2.000 euro heeft geen toegang tot minstens één laptop of pc met internetverbinding. Een kwart heeft onvoldoende apparaten voor de gezinsleden.

Financiële stress heeft dus een negatieve impact op je levenskwaliteit. Al kan die logica ook worden omgedraaid, merkt Bronselaer op: “Wie ziek is, kan vaak niet werken, en heeft dan ook minder financiële middelen.”

Vlaming is tevreden met zijn partner

In vergelijking met de gezinsenquête uit 2016 zijn gezinnen anno 2021 gelukkiger met hun partner. Vlamingen geven hun relatie een gemiddelde score van 8,6 op 10. Negen op de tien respondenten geven daarbij aan veel steun te krijgen bij de opvoeding, de zorgtaken voor kinderen en bij gezondheidsproblemen.

Volgens Kathleen Emmery, coördinator van het Kenniscentrum Gezinswetenschappen aan de Odisee Hogeschool, kan die toegenomen relatiekwaliteit een gevolg zijn van de pandemie. “Koppels die het al moeilijk hadden gingen vaak uit elkaar en verdwenen uit de bevraging. Mensen met een stabiele relatie kregen ondertussen meer tijd voor elkaar.” Qua cohesie in de relatie scoort de Vlaming in 2021 zo beduidend beter. Het gaat daarbij om de mate van engagement door bijvoorbeeld gesprekken te voeren of samen activiteiten te doen.



Het relatiegeluk is mooi, al slaagt één op de vijf Vlamingen er nog altijd niet in om een diepgaand gesprek te voeren met zijn partner. Een vierde van de respondenten is het niet altijd eens over het seksuele aspect van zijn relatie. Het is onduidelijk hoe die cijfers na het einde van de coronamaatregelen evolueerden.

Herpartneren maakt (iets) gelukkiger

Het relatietraject van de Vlaming wordt steeds dynamischer. Mensen hebben tijdens hun levensloop meer vaste relaties, waardoor ook het aantal samengestelde zinnen toeneemt. Het feit dat Vlamingen langer naar een ideale partner zoeken en moeilijke relaties sneller stopzetten, heeft ook een impact op hun geluk. De globale relatiekwaliteit van personen die in een samengesteld gezin leven, ligt iets hoger dan die van mensen uit een intact gezin. Ze ervaren een hogere mate van consensus en cohesie, al staat daar tegenover dat ze het gevoel hebben dat hun partners minder steun bieden.

De verschillen blijven wel beperkt en Emmery wijst erop dat een groeiende subgroep minder gelukkig is. Het gaat daarbij om gescheiden ouders die een latrelatie hebben met hun nieuwe geliefde. Zij willen hun kroost niet confronteren met een nieuwe inwonende partner, maar moeten daarom de huishoudelijke en financiële lasten alleen dragen. “Voor het geluksgevoel is het dus van belang of je na het herpartneren al dan niet kan samenwonen”, zegt Emmery.

Scheiden doet lijden

Een echtscheiding ligt vandaag minder gevoelig dan in het verleden, maar dat betekent niet dat ex-partners het makkelijker vinden om samen aan de opvoeding van hun kinderen te werken. Vier op de tien gescheiden ouders hebben zelden of nooit contact met hun voormalige geliefde. 13 procent van de echtscheidingen is zelfs ‘hoog conflictueus’, wat betekent dat de problemen dermate groot zijn dat ook het kind eronder lijdt.

De onderzoekers raden daarom aan om meer in te zetten op alternatieve opvoedingsmodellen, zoals het ‘parallel solo-ouderschap’. “Daarbij worden ouders aangemoedigd om individueel doelen en waarden aan hun kinderen mee te geven, zonder daarbij te focussen op wat de ex-partner doet”, zegt onderzoekshoofd PXL Social Work-Research Inge Pasteels. Het klinkt misschien bizar om niet langer naar een gezamenlijke opvoedingsaanpak te streven, maar volgens Pasteels kunnen die verschillen ook een rijkdom zijn. “Kinderen zijn flexibel genoeg om te begrijpen welke regels waar gelden.”

Huwelijk is minder populair

De Vlaming voelt steeds minder voor het huwelijk. In 2016 was 62 procent van de respondenten getrouwd, in 2021 ging het nog om 51 procent. Zeker jongere mensen zien wettelijk samenwonen nu veel meer als een alternatief voor het huwelijk, al doet de trend zich binnen alle leeftijdscategorieën voor. In 2021 woonde 15 procent van alle ouders wettelijk samen. Het is waarschijnlijk dat die evolutie zich de komende jaren zal voortzetten.

Opvallend genoeg verwacht Pasteels dat er in de toekomst toch minder echtscheidingen zullen voorkomen. “Mensen die er echt voor kiezen, houden bewust vast aan de normen en waarden die erbij horen.”

Vlaming droomt van klassiek kerngezin

Hoewel er meer samengestelde gezinnen dan ooit zijn, droomt de gemiddelde Vlaming nog steeds van een klassieke gezinsconstructie. Ze koesteren daarbij de hoop om samen te blijven met hun mede-ouders en als dat niet lukt, voelt het vaak aan als een persoonlijk falen. Dat ideaalbeeld strookt wel steeds minder met de realiteit. In 2016 was 71 procent van de gezinnen intact, tegenover 65 procent in 2021. Het aantal samengestelde gezinnen steeg in diezelfde periode van 11 naar 13 procent. Het aandeel alleenstaande ouders nam toe van 18 tot 22 procent.

Gezien die variëteit vindt Pasteels het belangrijk om aan te stippen dat relaties steeds vaker dynamisch en flexibel zijn. Door de breuk van ouders of de komst van (plus)kinderen kunnen ze door de jaren heen van vorm veranderen. Ook binnen een korte tijdsperiode is er variatie mogelijk: tijdens het weekend kunnen er bijvoorbeeld pluskinderen in het gezin verblijven die er op werkdagen niet zijn. “Veel mensen realiseren de droom van het klassieke kerngezin niet. Het is dus belangrijk om ook de varianten te duiden”, aldus Pasteels.


Zo gingen de onderzoekers te werk

Voor de Vlaamse Gezinsenquête lootte het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 9.000 gezinnen met minstens één kind onder de 25 jaar uit het bevolkingsregister. 3.323 onder hen gingen in op de uitnodiging en vulden een vragenlijst in. Alleenstaanden of koppels zonder kinderen werden niet opgenomen in de studie. De resultaten werden verzameld in het voorjaar van 2021, tijdens de coronacrisis. Dit kan sommige resultaten hebben vertekend. De vorige editie van de gezinsenquête werd afgenomen in 2016.